Celtic Bompa en de Banshee.
|
Heel lang geleden stond er in Ierland nog een groot en heel oud woud: het Ellingwoud. Je moet je dat voorstellen op zo’n avond in de schemer, de lucht nog purper gekleurd van de ondergaande zon. Zou je daar durven binnen gaan, zo vlak voor het donker wordt ? Héwel, Conaire, die durfde dat wel. Je moest hem daar zien stappen, trots en kaarsrecht. Ja, ’t was eigenlijk niet moeilijk voor hem om dat te durven, het was al de zevende keer dat hij dat deed, op evenveel jaar. Conaire was namelijk Hoogkoning van Ierland en de traditie wilde dat hij elk jaar, op dezelfde dag doorheen het woud trok. Nu, helemaal op zijn gemak was hij toch ook niet, want het doel van zijn tocht was de bron van Segais. Een bron waar de machtige magie van de Godin Erin zelf opborrelde. En ook wist hij niet eens waar ze precies lag, want elk jaar zag alles er weer anders uit. Maar wat hij wel wist, is dat het zijn laatste keer was ! Je kon namelijk maar zeven jaar lang Hoogkoning zijn. Bij die gedachte wreef hij nog eens over de Ring van Erin om zijn vinger, het teken van zijn hoogkoningschap. En het was misschien ook daarom dat hij niet helemaal schrok van die witte stralende gedaante die plots voor hem verscheen: een vrouw waarvan zo’n koelte uitging dat de haren op zijn arm gingen rechtstaan. En hij was pertang dik gekleed. Elk ander schepsel zou het gewoon in zijn broek doen van schrik bij het zien van die gedaante, want het was namelijk een Banshee. En een Banshee zien, betekent sterven...
|
De autheur, Karen Monteny
|